Het verzet tegen de komst van centra voor asielzoekers  ontspoort in vandalisme, ook in onze stad. Moskeeën en synagogen kunnen niet meer zonder allerhande veiligheidsmaatregelen. Radicaal-rechtse partijen doen het opvallend goed bij verkiezingen. Hun ideeën vinden ingang bij de klassieke middenpartijen. De vraag is hoe we ons als kerken opstellen.

Een geloofwaardige opstelling is die van solidariteit met mensen in nood, in bijzonder met kinderen in de knel. Steun aan het kerkasiel in Kampen, het aanbieden van noodopvang en pleiten voor een rechtvaardig en humaan migratiebeleid. In de opbloeiende contacten met andere religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen komen we ook in aanraking met allerhande ervaringen van discriminatie en geweld tegen gebedshuizen. Het opbouwen van onderling vertrouwen is een kwestie van lange adem, maar ook van gewoon doen. Ook onze Haagse Gemeenschap van Kerken speelt hier een actieve rol.

Daarmee zijn we ongewild partij geworden in tal van oplopende tegenstellingen rond migratie, discriminatie en identiteit. Deze tegenstellingen spelen zich niet alleen af in de wereld, maar ook in onze kerken. De Raad van Kerken deed onlangs een poging om deze tegenstelling bespreekbaar te maken door te verkennen welke waarden in het geding zijn.

De meest fundamentele waarde is de overtuiging dat ieder mens geschapen is naar het beeld van God. In wat de Raad het radicaal-rechtse gedachtegoed noemt, discrimineert men juist naar nationaliteit, etniciteit en religie: eigen volk eerst.

Daarnaast noemt de Raad de gebondenheid aan democratische waarden, waarheid en procedures. Het radicaal-rechtse gedachtegoed ontaardt in minachting van instituties (media, wetenschap, rechtspraak, parlement) en verheerlijking van het recht van de sterkste en zelfs van geweld.

Deze samenvatting doet uiteraard geen recht aan de hele verklaring van 10 pagina’s. Maar de verklaring legt wel de vinger bij een gevoelige plek.  Of daarmee het gesprek met de aanhangers van dit radicaal-rechtse gedachtegoed makkelijker zal worden, waag ik te betwijfelen. Maar de Raad doet wel een goede poging om de tekenen van deze tijd te verstaan. Niet alleen dat, hij pleit ook voor het samen zoeken naar hoe we in deze tijd Christus kunnen navolgen. Maar wie de lat zo hoog legt, ontsnapt onderweg niet aan onmogelijke dilemma’s, pijnlijke nederlagen en diepe teleurstellingen.

Persoonlijk denk ik dat de opkomst van het radicaal-rechts gedachtegoed  niet losstaat van een vooruitgangsgeloof dat zijn beloftes niet waarmaken. Die teleurstelling vindt telkens weer een uitweg in het aanwijzen van zondebokken en de opkomst  (en neergang) van ‘verlossers’.  Bijbels tegengif kan dan helpen. Minstens zo belangrijk zijn de gebaren van medemenselijkheid en vriendelijkheid; volhardend, hoopvol en vreugdevol.

De Haagse Gemeenschap van Kerken hoopt van ganser harte dat dit document in onze kerken zorgvuldig gelezen en besproken zal worden. Zelf zijn we in ieder geval volop aan de slag met de lokale interreligieuze samenwerking.

  • Dit artikel is onder een andere titel gepubliceerd in het zomernummer 2026 van het tijdschrift Kerk in Den Haag